WO II, wat is dat ook al weer?

Op Twitter word ik sinds kort gevolgd door @platformwo2, een twitteraar die weer verantwoordelijk is voor de website “Platform WO II en Sjoa-educatie“; het doel van deze site is – ik citeeer even –  “de kennis over WOII en de sjoa en best practices in de eigen lespraktijk van leden- en collegaleraren verbreden en verdiepen, door de in Yad Vashem opgedane kennis en vaardigheden uit te bouwen, uit te wisselen en door te geven.”
Een bijzonder interessante site, hoewel men per abuis aanneemt dat ik geschiedenisleraar ben. Ooit ben ik inderdaad met die studie begonnen, maar gestrand op de Griekse Oorlogen, terwijl ik toch zo snel mogelijk vooral alles over de Tweede Wereldoorlog wilde leren, en lezertjes die nog ouderwets les hebben gehad, weten dat die zich nogal wat later heeft afgespeeld.

Die “Griekse Oorlogen” en dat “ouderwets les hebben gehad” in de zelfde zin, illustreren wel een beetje het probleem waar veel geschiedenisleraren misschien mee worstelen. Veel scholieren krijgen nauwelijks meer les over beide oorlogen trouwens, en de Tweede Wereldoorlog wordt voor hen steeds meer niet anders dan Griekse Oorlog nummer zoveel: een ver-van-mijn-bed-show die je eigenlijk alleen nog in computergames beleeft en waar voor de Sjoa geen plek meer is, want dat onderwerp ligt nogal gevoelig want dat wordt weer te veel geassocieerd met het hedendaagse Israël en dat is een pijnlijk onderwerp  in deze tijd waarin dat land steeds meer de gebeten hond is bij alle mogelijke wereldconflicten.  Ga jij even als geschiedenis-docent op een Amsterdamse VMBO-school uitleggen dat in WO II de Joden slachtoffer waren van de grootste volkerenmoord uit de geschiedenis en dat we ze daarom eigenlijk weleens wat meer een warm hart zouden kunnen toedragen.  Moeilijk, moeilijk.

Überhaupt heeft het vak geschiedenis het zwaar. Saai, suf, dor, niet interessant en “wat hep je aan ut verleden, die mensen benne allemaal doot”. Ook de overlevenden van de Sjoa en zij die die oorlog aan den lijve hebben meegemaakt, sterven uit. Ik ben thuis opgegroeid met Duitsers die steevast “moffen”genoemd werden, ik kom nog geregeld buurten bij een oud-verzetsstrijder voor wie die oorlog eigenlijk nog steeds door gaat en die daar het grootste deel van zijn laatste levensdagen in die eenzame stoel voor het raam mee bezig is. Wat hij vertelt, is voor mij herkenbaar, mijn ouders hebben het meegemaakt en praatten daar over. Je bent daardoor meer betrokken. En ondanks mijn opvoeding blijkt Duitsland een bijzonder prettig land om op vakantie te zijn en er wonen bijzonder aardige mensen.

Een nieuwe generatie geschiedenisleraren, geboren uit ouders die die oorlog niet meer hebben meegemaakt, moet die oorlog gaan uitleggen in minder geschiedenisles-uren, aan leerlingen die nog vééél minder interesse hebben voor diezelfde oorlog en voor het vak geschiedenis zelf. Het soort leerlingen als het pubermeisje waar ik, in één van de expositie-ruimtes van Auschwitz, naast stond, kijkend naar een foto van Hitler tijdens één van diens brallende redevoeringen: “Zo , is dat nou die Hitler” zei ze na een tijdje. Haar ouders reageerden verder niet….
Ik mag ernstig hopen dat dit meisje – mag ik haar eigenlijk iets kwalijk nemen?  – niet het idee opvat om binnenkort geschiedenisleraar te worden.  In het onderwijs lijkt tegenwoordig alles mogelijk, en met de tweede wereldoorlog kun je tegenwoordig ook blijkbaar “leuke” dingen doen: je maakt er een computergame van, of een musical, bijvoorbeeld over Soldaat van Oranje, compleet met tijdens het vervoer gekraakte Dakota’s. De Sjoa dreigt een show te worden, een ver-van-mijn-bed-show.

Daarom is het goed dat sites als Platform WO II geschiedenisleraren ondersteunen bij dit heikele onderwerp: het levend houden van een herinnering aan gebeurtenissen die eigenlijk zó weer zouden kunnen gebeuren, wanneer we allerlei subtiel haatzaaiende lieden ongestoord hun gang laten gaan en een platform bieden; of ze nu tegen Joden of Islamieten zijn.