Voornemen

dikzakIk ben al enige jaren 9 maanden zwanger, en wat eerst een eenling was lijkt nu de proporties van een drie- of vierling te hebben aangenomen. Althans, dat is wat ik bij voortduring van mijn gezinsleden te horen krijg, of bewoordingen in die strekking. Je bouwt daardoor als man een bepaalde olifantenhuid op en trekt nog maar eens een familiepak Lays open. Paprika geribbeld, dat is wel het summum.

Toch knaagt het. Ik word bij voortduring herinnerd aan allerlei klussen die op de meeste momenten heel hinderlijk uitkomen en mij in belangrijke bezigheden zoals zappen voor de buis of twitteren op mijn mobiel niet schikken. Ik heb meer te doen, ja! Zo word ik een aantal malen per jaar gemaand om de plint achter de bank eens vast te zetten. Die ligt al los sinds ik (!) een jaar of vijf geleden een nieuwe vloer gelegd heb, maar dat ding zit tenslotte voor het grootste deel achter de bank en dat kleine stukje dat uitsteekt ziet toch haast niemand. Ik denk trouwens dat wereldwijd losliggende plinten op nummer 1 van de top-5 onafgemaakte klussen staan. Vrouwen kunnen in het gezeur over dat soort rotwerkjes soms toch zó hinderlijk aanwezig zijn.

Rond Oud en Nieuw pleeg ik altijd in een peinzende stemming te verkeren, met soms wat goede voornemens en zo, en daar twitter ik dan wel eens over, bijvoorbeeld dat ik die plint dit jaar ga vastzetten. Dat had vervelende gevolgen, want prompt hing er een journaliste van het Algemeen Dagblad aan de lijn die daar wel eens wat meer over wilde weten. De dag daarop stond ik in de afdeling neuzelnieuws met mijn plint-plan. Zoiets schept dus verplichtingen. Nu ben ik een paar dagen vóór de jaarwisseling ook begonnen met minder snoepen. Een documentaire van een Belgische journalist, mij veelbetekenend doorgestuurd door mijn gade, gaf de doorslag. Het blijkt namelijk dat de gemiddelde westerling per jaar zo’n 45 kg aan toegevoegde suikers naar binnen werkt. Mijn buik heeft ongeveer ook het formaat van 45 van die pakken, en de feestdagen dragen ernstig aan zoiets bij.

We zijn dus nu  bijna twee weken verder, en ik kan u de blijde mededeling doen dat ik nog geen snoep, koekje of toetje heb aangeraakt. Sterker nog, ik ben op allerlei manieren ongewoon fit bezig. Ik eet dadels en vijgen ( gruwelijk ). Bij de Aldi heb ik een gymnastiekbal gehaald om die op mijn werk in het onderwijs als bureaustoel te gebruiken.Het gewiebel op zo’n ding schijnt ook iets aan je spier- en vetvolume te doen. Het oppompen was een bezoeking op zich en genoeg om voor de rest van het jaar voldoende lichaamsbeweging te hebben gehad. Een en ander moest ook nog steels verdekt in een hoekje van mijn kantoor gebeuren, want anders stond ik daar door de glazen deur vól in het gezicht van de leerlingen. Een dergelijk stuitende aanblik wil je de tere puberziel toch besparen. Terwijl  ik badend in het zweet en hijgend als een stoompaard met de schoolfietspomp de bal te lijf ging, werd er op de deur geklopt en trad direct een meisje binnen.

“Wat bent u nou aan het doen???”
“Ik pomp mijn bal op, dat zie je” hijgde ik met een haast ontploffend hoofd, terwijl ik buiten adem steun zocht bij het bureau. “Op mijn leeftijd moet dat, het is beter voor je”, voegde ik er om het nog erger te maken aan toe, nog steeds niet beseffend hoe verkeerd deze opmerkingen zouden kunnen worden uitgelegd om vervolgens op Facebook en Twitter te worden verspreid, vergezeld van een haastige mobieltjesfoto waarop Wauwel, paars aangelopen, ernstige pogingen deed zijn bal op te blazen.

Maar goed, dit stukje wordt dus al wiebelend en verend voor u geschreven ( ik heb er nu ook eentje voor thuis), en er inmiddels flinke pijn in mijn rug van. Van voorovergebogen een plint weer aan de muur vastzetten kan voorlopig dus geen sprake zijn. Ik smácht trouwens naar een zak Kruidvat-drop.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

vier × vijf =