Wauwel in Jordanië, deel 3

Wanneer je vanuit het onder Amman gelegen Madaba naar het westen rijdt, kom je eerst langs bloeiende velden. Bijna of je ergens in de Achterhoek vertoeft, met zacht glooiende heuvels en verrassend groen. On-Arabisch. Na enige tijd echter verandert dit beeld; de weg gaat steeds meer kronkelen, je komt geen rotondes meer tegen met wanstaltige beelden waar ze in het Midden-Oosten patent op lijken te hebben, en  de glooiende velden maken plaats voor dor en droog gebergte, geblakerd door de schroeiende zon. Hier en daar zie je een Bedoeïnen-tent met daarom heen wat plastic vaten, een stapel rotzooi  en een kudde schapen, geiten of kamelen. Op landweggetjes die naar niets lijken te leiden, rijdt een aftandse pickup-truck in een wolk van stof, midden op een berghelling vol bleek verkleurd zanderig puin ontwaar je een geitenhoeder met zijn kudde. Blijkbaar eten die beesten rots en steen.

Hoger en hoger kronkelt en klimt onze bus, tot we op een parkeerplaats halt houden. Er staan nog meer bussen, er hangt een besnorde oppasser rond die ons met een verveeld gebaar door stuurt. De zon lijkt recht boven ons te staan, en we wandelen langs een laan met oleanders. Dan staan we boven op de berg Nebo, en aanschouwen het beloofde land vanaf de plek waar Mozes honderden jaren geleden het zelfde deed.  Het beloofde land is een bar oord, zinderend in de hitte, met hier en daar een enkele struik, en in de trillende lucht zien we in de verte vaag een schittering: het diepste punt op aarde, de Dode Zee. Zo’n 422 meter onder de zeespiegel, en dat getal groeit jaarlijks door de snelle verdamping . Onze gids rookt en fotografeert ijverig enkele dames uit ons gezelschap, en dat zal gedurende de rest van ons verblijf in Jordanïe zijn voornaamste activiteit blijken te zijn.
Het schijnt in de tijd van Mozes minder warm en groener te zijn geweest, zo weet hij nog wel te vertellen. De rest van de informatie moeten we zelf bij elkaar sprokkelen. Dat de paus hier ook gestaan heeft, dat er een groot  en monsterlijk overheersend hotel in aanbouw op de top van de berg is, de vele pelgrims die hier jaarlijks komen hebben blijkbaar behoefte aan een stilte-moment in een luxe ambiance.

Zou er iets door mij heen moeten gaan, daar op die plek waar Mozes vermoedelijk door ontroering werd bevangen? Nee, dat is niet gebeurd. De toeristen, het hotel, de bussen  en de hitte doodden elk gevoel. Je komt als groep, je maakt een serie foto’s of filmpjes, en een uurtje later ben je weer op weg.  ’s Ochtends vroeg zou je bij dat soort plaatsen moeten zijn, geheel alleen, om mogelijk een stem te horen die ook Mozes eens heeft toegesproken. Er zouden geen toeristen moeten zijn, geen bussen, geen hotel in aanbouw. Geen foto’s van de paus, omgeven door veiligheidsmensen die in elke omstander een mogelijke terrorist zagen. Alleen die berg en jij. Geloven in een tijd van weten is een hele kunst, daar heb je tijd en rust voor nodig, en eigenlijk een eeuw in het Oude Testament.

Omlaag ging het weer, dieper en dieper naar de bodem van de aarde, met een buschauffeur die voortdurend telefoneerde en dat deed op een toon die deed vermoeden dat de berichten naar de andere kant van de aardbol gebruld moesten worden.  Alle telefoongesprekken in die landen lijken trouwens zo te moeten gaan. Gebeurde dat hier in Nederland in een volle forensentrein, dan zou je horendol op de plaats van bestemming aankomen.
Wie denkt even rustig te kunnen pootje baden in het water, dat voor één derde uit zout bestaat, komt bedrogen uit. We worden afgezet bij een soort zwembad langs een wat vervallen boulevard, en de zee oogt in eerste instantie niet anders dan een willekeurig meer ergens in Italië, maar dan in een wat kalere omgeving. Je hebt niet het idee je op het laagste punt op aarde te bevinden, er is gewoon een horizon met aan de overkant van het water de Westelijke Jordaanoever, door de Jordaniërs steevast “Palestina” genoemd.

Eerst omkleden, in een soort galmend badhok annex wc, waar een schoonmaker je gedienstig een plastic kuipstoeltje door het gordijntje heen toe schuift. Vervolgens bij een soort badmeester een sleuteltje halen voor een soort kluisje waar je eigenlijk niks van waarde in op zou durven bergen,  en dan te water, over een rommelig strandje vol keien en onbestemde voorwerpjes: een vreemde sensatie het olie-achtige water over je huid te voelen,  besmuikt aangestaard door groepjes Jordanieërs en Libanezen die  in stemmige en soms geheel bedekkende badkledij dat zelfde gevoel ervaren: drijven als een kurk op het water, en hoe je ook je best doet, dieper dan borsthoogte kun je niet komen, als een dobber schommel je heen en weer. Een enkele toerist, natuurlijk Amerikaans, laat zich met de bekende krant in het water fotograferen.
In onze verwondering zijn we allemaal gelijk: Libanezen, Jordaniërs, Syriërs, Amerikanen en Nederlanders, en vallen verschillen weg. Die verschillen zijn aan de overkant wel degelijk aanwezig. We kijken uit op gebied waarvan we weten dat daar lieden wonen die zichzelf met genoegen in een volle bus in stukjes blazen, waar huizen met bulldozers worden platgewalst en waar bij tijd en wijlen driftig over en weer geschoten wordt met alles wat maar voor handen is, waar men elkaar het liefst en masse zou willen uitroeien. Dat alles gebeurt daar in die bergen aan de overkant, een geoefend zwemmer haalt het in een uurtje. Twee werelden uiteen, gescheiden door een smalle strook water waarin geen leven mogelijk is.

De groep Libanezen naast ons wil graag weten waar we vandaan komen, nodigt ons uit toch vooral naar Beiroet te komen want het is daar toch zo’n mooie en veilige stad, en we bewonderen elkaars met geneeskrachtige modder ingesmeerde lijven. Het zijn studenten tijdens een tripje naar Syrië en Jordanië. Morgen gaan ze weer naar huis.  En wij, we proeven voorzichtig een vingertipje van het breinzoute water, we nemen een steentje Dode Zee-strand mee in onze bagage, we menen aan de overkant vaag de contouren van Jeruzalem te zien en fotograferen en filmen dat dus in alle standen, totdat een Jordaniër ons weet te vertellen dat het een andere plaats is met een voor ons onbekende naam. Nou ja, als we stug blijven volhouden, is het tòch Jeruzalem.  We drinken een alcoholvrij biertje en wij rijden weer terug naar ons hotel. Dag twee van onze vakantie zit er bijna op. Het lijkt alsof we al een week onderweg zijn.

PS:Foto’s staan op mijn Flickr-pagina, te bereiken door rechts op de fotootjes te klikken

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

12 + 18 =