Wauwel in Thailand, deel 2

Vijf dagen decadentie

image
Ik doe al twee dagen eigenlijk helemaal niets, met nog drie te gaan. Dat niets bestaat eerst uit op mijn gemak opstaan, de gordijnen opentrekken, een blijk werpen op het zwembad met daarachter een uitloper van de Zuid Chinese Zee, en denken: Wat voor niets ga ik vandaag eens doen.
Het is vakantie, ik ben in Thailand. De laatste dagen vóór de terugreis worden doorgebracht in een blinkend witgeschilderd 5-sterren complex, in een oord waar de meeste huizen en hutjes door de klamme vochtigheid groen en zwart worden aangevreten, waar de bewoners van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat met hard werken voor een habbekrats de kost moeten verdienen.
Loop je ’s ochtends vroeg langs het water, dan staat daar al het gammele kraampje met wat eitjes en visjes, ‘vacuüm’ verpakt in opgeblazen plastic zakjes, de hele dag in de brandende zon. Kom je er ’s avonds laat weer langs, dan staat het er nóg, met een schijnbaar ongewijzigde hoeveelheid koopwaar.
Azië is een gebied van mini-economieën. Miljoenen kraampjes die allemaal ongeveer hetzelfde verkopen, in Shanghai, Hongkong, Kathmandu, Denpasar; het lijkt nergens zoden aan de dijk te zetten, en tóch draait het op de een of andere manier. Mini-orde in een mega-chaos.
Daar loop je dan tussendoor met een camera van €1000 om je nek, en je maakt -hopelijk besmuikt- wat foto’s want o hoe pittoresk is dit. Je avonturen tik je, zittend langs de rand van het zwembad, op je iPad naar het thuisfront door, onder het genot van een cocktail die een buigende Thai geruisloos voor je neerzet.
Nog steeds word je eigenlijk in een dit keer niet fysiek meer aanwezige draagstoel tussen de koelies doorgereden, maar heel veel verschil met vroeger is er niet.
Ik kijk naar dikke witte Nederlanders die ’s ochtends om half tien met hun handdoeken vier bedjes bij het zwembad reserveren, en die dan om half twee op komen dagen om te ontdekken dat er een handdoek is verdwenen – die nu onder mijn kont ligt- en die zich druk maken over de hufterigheid van mensen om zomaar een handdoek weg te halen.
We zijn trots op het afdingen met maar liefst 30 bath ( €0,80 ) bij de aankoop van een schelpenkettinkje, dat we als trofee mee naar huis nemen, om na een paar jaar te denken: Waar in de wereld hebben we dat rommelding ook al weer gekocht?

Ik lig langs het zwembad, de koptelefoon in het oor, een playlist van Buddha Bar op Spotify. Ik heb een paar duizend euro uitgegeven aan deze 3 weken met indrukken. Een doorsnee inwoner van een Aziatisch of Afrikaans land kan daar een jaar mee vooruit. En ook thuis, in ons geordende, van alle gemakken voorziene westerse en geordende wereld, heb ik genoeg volgers op Twitter die van dit soort reizen alleen maar kunnen dromen. Die zeker weten dat dit nooit, maar dan ook nooit tot hun mogelijkheden zal behoren.
Je hebt geluk, of je hebt pech, in allerlei gradaties, en daar heb je eigenlijk geen enkele invloed op. Het overkomt je, met als de Tsunami of de verwoestende aardbevingen en tyfoons die je in deze streken voor de kiezen krijgt. De goden, die hier aan alle kanten op allerlei manieren geëerd worden, hebben het zo gewild.
In onze eigen wereld is geen plek meer voor goden. Het zou misschien een optie zijn, om daar weer eens wat plaats voor in te ruimen. Voor verlichting bij onze eigen rampen, die, hoe anders of in verhouding veel kleiner ook, er toch net zo goed in kunnen hakken. ‘Elders op de wereld is het veel slechter, dus wat zeuren we nu?’, daar heb je niet altijd boodschap aan als je moet rondkomen van een bijstandsuitkering die aan alle kanten nog veel verder afgeknepen wordt.

Of ik me nu moet schamen, hier aan de rand van dit zwembad. Nee. Ik kijk omhoog, zie tropische zwaar geurende Plumeria-bloemen, die af en toe tussen mij neervallen, zie witte wolken in een stralend blauwe lucht weerspiegelen in het warme zwembad. Ik ben even multimiljonair, even jetset, eigenaar van een blinkend jacht, een zakenjet, morgen vlieg ik maar eens naar Hawaii of Saint Tropez, en daarna naar Hollywood. Ik koester dit moment, ik fantaseer er nog een paar dagen op los.
Over een week om deze tijd shop ik weer bij de Lidl, en wachtend bij de kassa sta ik dan weer bij dat kraampje langs de weg, en is mijn douche thuis weer dat zwembad bij de Zuid Chinese Zee.

Eén antwoord op “Wauwel in Thailand, deel 2”

  1. Geniet er van Wauwel! Laat het Hollandse Calvinisme nog maar even op de band bij de Lidl. En hoewel ik tot één van die volgers behoor die zich zo’n reis niet kunnen veroorloven, wil ik daar toch een kleine nuance in aanbrengen. ‘Kunnen’ is namelijk een rekbaar begrip. Veel heeft te maken met keuzes. Wie geen tv koopt, vegetarisch eet, drank en roken laat of een maandelijks abonnement met dure telefoon een jaar laat, kan best op vakantie naar Thailand. Mijn zus maakt jaarlijks zo’n verre reis. Dit jaar alleen met haar dochters naar Senegal. Het online zetten van haar (zeer gedetailleerde) reisverslag heb ik helaas laten steken bij dag twee: http://lehti-paul.blogspot.nl/2015/01/het-gebroken-gezin-naar-dakar.html

    O ja, en nu je er toch bent, vergeet ook niet om je te laten verwennen met zo’n heerlijke massage. Dat schijnen veel Thai erg goed te kunnen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

achttien − zestien =